zaterdag 9 juli 2016

Het faillissement van Nederland


 

 
Lang geleden stopt Albert Heijn je boodschappen in een papieren tas. Inpakken.  Naar gelang het aantal boodschappen het aantal papierentassen. Tegenwoordig ga je naar de winkel, vergeet ik de boodschappentas. € 0,25 voor een tas belasting voor de tas… Milieudefensie. Het gaat echt de goede kant op. De leverancier van héél dure auto’s heeft de chotspe mij in rekening te brengen aflevering kosten. Je geeft een twee en een halve ton uit aan een n’ importe welke en de verkoper heeft de gore moed bedrag x of y afleverkosten” op de factuur te vermelden. En ken je die…de verkoper (in dit geval bij de Bangarage voor Volvo), die bij aflevering een gratis, gratis notitieblokje cadeau doet… ‘Maar ik heb twee kinderen..”, enfin je krijgt er een tweede bij. Diezelfde leverancier ‘geeft’ een bureaumodel Volvo Huppeldepup cadeau…”staat zo aardig op uw bureau…”. Nu weet zo’n zak tabak dat hij ooit wel iets gehoord heeft van marketing. En ik weet dat marketing het is ‘het creeren van duurzame relatie’. De kans is, denk ik, dat de relatie én duurzame van enigszins iets langere tijd is dan de uitspraak vertegenwoordigd. Waarom heb ik een batterij aan deze Volvo anekdotes, omdat ik jarenlang koffie drink met de directie, een voorbije passant, de opkoper van tweede hands modellen, Hans en kind aan huis, en ook Youp van ’t Hek die een riedeltje, ja daar ook al, van deze dolkomieke zaken ten tonele voert, na een volgende kop koffie. Daar komt dat dus van, koffie, slecht hart, koffie, slecht hart. Zijn kinderen gaan naar de strikt lokale chique lagere school in de straat. Youp: “…de man stapt de deur uit en zegt tegen de verkoper, allebei nog tevreden..." "Weet u beste verkoper van de Volvo’s vanaf een bepaalde prijs, weet u, maar ik heb eigenlijk twee kinderen…!" De volgende les over een week. Dat zijn dus drie auto’s in één deal. Enfin zo kan ik ook een hele waslijst voor deze dwaze grappen en grollen vertellen. Maar het is wáár gebeurd.  De internetwinkels vliegen nog sneller dan asperges de grond uit. De één redt het wel, de ander niet. Wellicht daar nog ’s een andere blog. In deze beperk ik mij tot waar de afleveringskosten voor rekening van de leverancier zijn, als ook de kosten voor terugzenden. Is allemaal verdisconteerd in de prijs.
Inmiddels is bij mij authentiek en stapels vol met cases van de apotheek alom bekend. De spelers in het veld: ziekenhuis, huisarts, apotheek en bezorging. Ja, ik ben blij dat ik het allemaal netjes afgeleverd krijg, maar ook bij de bezorging gaat af en toe, meer af dan toe het nodige fout. Let wel: de huisarts en ziekenhuis staan niet op deze lijst. Het gaat hier secuur, met zorg voor het vak. Nu even terug naar de apotheek. Wat kan er allemaal misgaan bij een levering? Dubbele check. Dubbele controle. En verdomd…. Verkeerde medicijn, andere medicijn (want daar verdien ik meer aan). Halve levering. Een beetje student moet toch wat in zijn mars hebben. Tellen of anderszins is verdomde lastig. Taal, het aloude woord taal, is zo moeilijk toch niet. Nog zo eentje. De zaak begint een maatschap met diverse filialen in Amsterdam. Los van de apotheker, die dan in eens veel blijk weet te hebben van marketing –en je weet ik hou het simpel voor mijn blogpubliek nog een beetje te begrijpen. En voor mezelf. Ziekzijn is 24 x 7 per dag. Volcontinue. Kortom het antwoordapparaat is altijd aan. Van 1230 tot 1330. Moet kunnen. Enige flexibiliteit… De kantooruren….ik stop maar. En weet je dat je tegenwoordig alleen een medicijn pas kan verkrijgen als het binnen hun openingstijden ligt. Denk nog ’s na over… de klant. En dan nog erger ga ’s in discussie met de apotheker…. , die neemt tijdens  het vrije week end het antwoordapparaat op om een spoed levering te kunnen doen. Kom dichter naar de quintessence. De liefdevolle wijze waarop ik mijn ‘dank je wel’ uitspreek bij het bezorgen van de medicijnen thuis. Neem nu de liefdevolle wijze waarop ik mijn ‘dank je wel’ bij het bezorgen van uiteindelijk (soms wel de derde keer!) te leveren bezorging.  Een oude oom van mij zei ooit: “Wat kost nou zoiets?”. Ook in deze toonaard: dat kost een beetje en wie zal dat beetje betalen. 
Ergens eind juni vanwege rugklachten geconstateerd –ook dát nog- dat ik twee ontstekingen onder in de rug heb én een ter zelfde plekke een zenuwontsteking. Vanuit een Amstelveense ergotherapeute word ik heel goed geholpen. Na een intake wordt de juist stoel geleverd. Ergotherapeute terug met de levering: “…tsja, da’s ‘m dus helemaal niet...”. Er wordt een nieuwe geleverd. En nu gaat het fout. De oude, for the time being- wordt teruggehaald. He snuggere blogger….waar is de nieuwe? “Nee, dan heb ik het verkeerd begrepen. Ik kom eerst de oude terug brengen en dan is er een andere afdeling die de nieuwe komt halen”. Ik stuur hem onverrichter zake retour maar zonder ouwe stoel. Een dag later, komt met interventie van de ergotherapeute, de eindelijk juiste. Een verkeerde stoel dat kan. Niemand die ik ook maar een kwaad woord foutief wil bejegenen, maar snap je wat doet: een middelgroot heeft ook nog de afdeling ophalen verkeerde stalen, ik word gek als ik er aan moet denken. Echt, het is maandagmiddag 4 juli 2016 en de eerste is foutieve stoel wordt retour genomen..... Wat schetst mijn verbazing... de man komt met exact precies helemaal gelijk aan de vorige dezelfde nieuwe stoel bezorgen. Ben jij nou zo gek, of ben ik het? Dat kost een geld, Nederland verdient het nog om even uitstel van betaling te verkrijgen. Ja, echt uit puur medelijden. Maar nu die man ook een uur in de wind stinkt, zijn bedrijfshemd van vorige week kan nog net een tweede of derde weekje verder, wat een stank, wat heet wat een stank krijgen  Maar is er dan geen fonkelende ster die bedacht heeft…ik ga het u niet verder vertellen. De eerste keer lig ik in het ziekenhuis, toen nog VU Medisch Centrum dat er enorm bezuinigd moet worden. De thee en koffie worden opgeleukt met een zo’n lang geval met afgesloten ‘zakjes’ suiker. Neem alleen al bij de post ‘vormgeven van suikerverpakking’ en dan nog slim inkopen, want dan koop je een hoeveelheid met héél veel korting stukken goedkoper in. Ik ga niet door. De hoeveelheden, maar daar tegen over hoe moet ik van dat contract af en dan ook nog de verandering van de afdeling die zich bezig moet houden met de goed kleur, uren vergadering vretende… Mijn zoon is dan nog geen 14 jaar. En houdt zich zoals later bevestigd wordt op iets grote schaal bezig met “integriteits” zaken………..
Is er dan niemand (niemand, niemand) die deze rekening voor zich geschoteld wil zien weet te krijgen met let op: hoeveel mensen (inclusief overheid), laten we nu is denken aan maximaal één persoon die zich ermee bezig houdt en op grote of kleine schaal het opspoort van het  graaien van de vele miljoenen, ik durf zelfs miljoen te roepen (en als ik dan iets roep dan is het waar. De casus nog even terug, los van allerlei verborgen eenheden: een geschikte persoon, eentje bij dienst ontsteltenis, een secretaris, een onderkomen voor het te veel of te weinig verpakte spul, het bijhouden van, een werkend informatiesysteem, waar mee ook nog ’s aantoonbare informatie en daarop volgende acties uit komen. Die laten we het zeggen tot minder geld uit geven leiden. De externe (net zelden zie je dit onder eigen naam gebeuren, want het schaamt toch je de ballen uit je broek, gelijk de Duitse Low voetbaltrainer van het nationale team)  je moet het ruiken! De bezorgers. De briefpapieren. Ik lig in de deuk bij het verzonnen van wat er allemaal bij komt. Ik hou op. Wie geeft me het ongelijk als 10.000 man, maal 10 falende leveringen, laten we er dit van verzinnen:  ik zet in op € 50.000 en dat vermenigvuldigd met 200 dagen, dat is kort een goed € 250.000 die je ermee kan besparen. Voor het liefdadigheidsfonds van Lilliane Ploumen. Maar geloof me nu, ik zit zo veel malen mogelijk. De tenminstehoudbare etenswaren. De vergeten te incasseren verkeersovertredingen. Belastingcenten in het buitenland van belasting die in Nederland hadden moeten worden geind, op kleine schaal (!!) maar ook de grote vangsten. 

U gelooft uw ogen niet. Ik ook niet. Het is vanmorgen donderdag 7 juli 2016 om klokke 10.00. Er wordt aangebeld...."Ja, u spreekt met firma Hotseflots, ik kom even de stoel ophalen...". Ik moet er bijna van janken. Deze man, hij kan er ook niets aan doen en ik verzoek hem een seconde te kijken naar de door wie dan ook vermeende stoel  in de logeer- of boekenkamer en zo de mededeling aan hem te doen, dat ik géén stoel heb. Stel u voor: ik geloof mij ogen niet. De man gaat onverrichte zake retour. Naar 'de zaak'. Straks naar huis. De toegevoegde waarde die hij bijgedragen heeft aan weet ik veel van ons land. U begrijpt al deze blog schrijf ik reeds eerder. Het zal mij benieuwen hoeveel Peyton Place afleveringen nog komen, Ik houd u op de hoogte.
 
Ach mijn Vader z’’l heeft mij ooit goed geleerd: De eerste rewoochem is de beste! De eerste winst is de beste. De eerste rewoochem is de beste!
 

Weet je nog wat de titel van deze blog is: Het faillissement van Nederland.




   

dinsdag 5 juli 2016

Het RMIB is een serieuze business



 

Het Koninklijk Meteorologisch Instituut van Belgie is net als in Nederland erg belangrijk, want waar praten wij over? Over de wedstrijd van Ajax overmorgen tegen FC Huppeldepup, wat de volgende editie –daar heb je ‘m weer – ons brengen zal. Wie er gaat scheiden of de tijd uitgaat. En zeg heb je de laatste aflevering van de Blog van de Woch al gelezen of één van de zeven boeken van Bert Vromen. Niet in de laatste plaats: wat doet het weer vandaag. Kijk mijn vertrouwen is daar  al lang opgezegd, want ons KNMI heeft het steeds bij het verkeerde eind. Dan maar eens nader een heel scala weerberichten sparen met de weersvoorspelling van de dag, in de hoop dat ze vóóruit kunnen voorspellen. Ik ken twee voorspellingen en die zijn altijd goed. Weer in Apeldoorn regen. Als de wind komt van uit het westen. Regen gaat oostwaarts en iets verderop ligt een aantal heuveltjes en de wolken moet zich daar een weg tegen aan banen, laten bij gemis aan vaste drollen, nu water, regen, buien. Klok er op gelijk zetten: regen dan altijd in Apeldoorn. Rest droog.  Een ander voorbeeld is het schiereilandje Noirmoutier, zoek maar op in Frankrijk, zuid oost hoek van Bretagne vlakbij Saint-Nazaire en het eilandje heet officieel Ile de Nourmoitier. Wolken moeten aldaar met de wind uit het zuid west stijgen vanwege het eilandje. Vlak achter de kust uitgeregend en werkelijk het droogste plekje van de Vendee, zuid west kant Bretagne. In de twee gehuchten, dorpen is al te veel, met camping, lokale boodschapper, een paar restaurants en in het iets verder op liggende Pornic, een plaats met een ach, aardige vissersplaats. Bijzonder is op de kade een tiental visrestaurants. Tous complets maar voor ons niet. Droog weer, geen spet regen en het beste voer voor weinig geld. Pornic. Kom er best wel vaak. Ik ben een circusnummer wanneer ik het weerbericht voorlees.
Ja, maar nou komt het. Het weer wordt  besproken. Te warm, te nat, te droog, te koud. De tijd niet goed doorgekomen…. File rijden en daarop de tijd instellen. En te droog. File. Te nat. File. En wat wil het toeval nu…het is al dagen-, wekenlang van slag. Niet alleen dit jaar, maar elk jaar sinds we het woord “Klimaatverwarming”, of iets wat er op lijkt. Allemaal goed. Het is nu woensdag 5 juli 2016. De zon staat uit. De parasols staan gespannen. De zwembaden liggen vol. Op de  stranden is geen plekje te krijgen. Op de terrassen wordt geknokt om een plekje op je ‘favoriete’ terras. En er gebeurt niks. De hele wereld is van slag. Overvolle magazijnen met zonnebrand, bikini’s, groente hartstikke duur, maar de wintergroente kun je nu uit elke hoek van de aardkloot bemachtigen. O ja…kruimige aardappelen uit Israel. Demonstreren! Wintersport doe je altijd maar niet in de winter. Kijk op ieder plekje waar ik mij thuis zal voelen, is er wel iets aan de hand. Het is de fout, fout, fout van de inkoper dames- en herenmode. Niet dat ik veel verstand heb van mode, maar er moet toch een lampje gaan branden. Je verkoopt, onderdeel van marketing, datgene waar de hele wereld om schreeuwt! Alle landgenoten zeuren ons de kop krom om winterkleding te leveren, er is geld zat.
Nee, dan de inkopers die schrijven ons de wet voor. Winter is winterkleding. Ga zo maar door. De seizoenen zie je aan je fantasie voorbij vliegen, gelijk de seizoensopruimingen, want we blijven Nederlanders om ook die trend nauwgezet te volgen. Het is 5 juli 2016, sinds mensenheugenis zo lang, zo koud, zo veel regen zo zeggen ons de meteorologen, de bijbehorende temperaturen en de regen die bij bakken de hemel uitkomt. Vandaag 15 uur regen. Vandaag vijftien uren neerslag. Zo lang, zo veel. Heel veel per minuut per vierkante centimeter. Onze garderobe is er niet op aangepast. De wintergarderobe hangt al in de kast, de zomergarderobe schreeuwt er om naar buiten te komen, gedragen te worden. Nee, vriend, je gaat me te snel door de bocht. Het niks niets vermoedende leert ons nu dat het december 2016 is en dat nu de zomerkledij uit de kast moet. En nu de winterse truien, broeken, allemaal potdicht. Het is te gemakkelijk om de schuld aan de miljoenen wetenschappers die er iets mee van doen hebben, of een dooddoener de meteorologen. Ik vind het zo sneu voor hen.
Maar goed: de “Wet van de Zwiepse grond” leert ons snel dat je je moet aanpassen aan de markt. De markt vraagt nu om winterkleding. En die hebben we nog bij ladingen in de magazijnen liggen. Dat houdt een dikke honderd-, tweehonderd duizenden nu nog aan de slag. Geen zaak meer over de kop. Met andere woorden: het is NU winter, winterkleding en over een half jaar hetzelfde.  

 

 

 

zaterdag 2 juli 2016

Het kruisje van Bert.



Zeg op voorhand dat je mij geloven zult. Het is weliswaar een ongelooflijk verhaal, maar toch is het zo! Nee, het gaat niet over een Elfstedenkruisje, al vind ik dat wel de ultieme sportprestatie en dan denk ik aan Reinier Paping, de eerste winnaar die ik zie, ken en onthoud. Bij ons thuis op de nieuwe televisie in zwart/wit. Ik ben meteen verkocht en verknocht. Het is de winter van 1963. Later, véél later, zit ik als gast van Burgemeester en Wethouders van Bonifatius’ idyllische Dokkum op de eerste etage, de raadzaal, met de ramen open in het stadhuis en heb het uitzicht over de bevroren gracht. De helden passeren. Chapeau! Het Elfstedenkruisje heb ik dus niet.
De verreweg bekendste wandelvierdaagse is de Vierdaagse van Nijmegen. Ik meen inmiddels wel zo’n veertigduizend deelnemers per jaar. Uit binnen- en buitenland. Als je éénmaal ná vier dagen met de blaren op je poten op de Via Gladiola strompelt, bedolven onder diverse bossen gladiolen en de finish bereikt, dan zijn die gladiolen, het applaus van de menigte toeschouwers en het ultieme genot het gered te hebben vergelijkbaar, denk ik, met een wel heel extatisch orgasme. En dan krijg je bovendien nog: het Vierdaagsekruisje. Sjappo! Het Vierdaagsekruisje heb ik dus niet.
Jammer genoeg verhuizen mijn lieve Moeder en ik van Lochem naar Apeldoorn. Geen binding, geen hechting, niet mijn keuze en weinig mooie momenten. Eén van de meest triviale wil ik met je delen. In 1973 ben ik tijdelijk ober bij een Chinees. Zomervakantiebaantje. De directeur van schouwburg “Orpheus” Jan Borst geniet samen met zijn echtgenote van een Indische rijsttafel. Laat op zaterdagavond. Mijn laatste dag. Ik wil naar huis. ’Mevrouw en meneer, vooraleer ik u smakelijk eten toewens, heb ik een verzoek aan u’. ‘Dat is, ober?’ ‘Als u straks uitgegeten bent, wilt u dan de vlammetjes uitblazen? Dank u wel!’ Halverwege de maaltijd ontwikkelt zich het volgende gesprek: ‘Ober, mag ik u wat vragen?’ ‘Vanzelfsprekend, meneer!’ ‘Bent u hier in vaste dienst of bent u vakantiekracht? ‘ (Huh?) ‘Nee, meneer, ik ben werkstudent’. ‘Ja, ziet u, ober, mijn naam is Borst, Jan Borst en ik ben directeur van Orpheus en vind dat u theater maakt en wil u dus een baan aanbieden als bartender’. Ik wend mij af: ‘Mevrouw Borst veronderstel ik? Mijn naam is Bert Vromen’. En ik ga verder, mij weer wendend tot de grote baas en geef hem ook een hand: ‘Meneer Borst, u treft het. Maandagmiddag om 16.00 uur ben ik bij u!’. Maandagmiddag heb ik –en mind you het wordt mijn eindexamen en het hockey staat ook niet stil – een baan en voor een jonkie als ik een wereld fee rate als bartender in het theaterrestaurant “’t Schellinkje”. Ik moet dus de bar doen en de gastvrouwen (keurig nette serveersters) leiden. Alleen op die data dat ik kan en/of wil.  Lang verhaal kort.
De schouwburg met immense hall is het centrale vertrek- en aankomstpunt van de Apeldoornse Vierdaagse. Voor de deelnemers hoef ik niets te doen. Wel voor de organisatie, wedstrijdleiding en bestuur. Ik loop mij voor hen vier dagen de benen uit m’n reet. Ná de vierde dag prijsuitreiking en opbreken. Met de nodige bladen bier en weet ik veel moeten zij allemaal afkicken. Ik ook. Zij bedanken mij hartelijk, stoppen een vette fooi in de zak van mijn schort en nu komt het: ‘Dames en heren het is mij een waar genoegen. Echter één ding ontbreekt mij nog. Ik ren mij vier dagen lang de benen uit mijn lijf, doe per dag minstens veertig kilometer, dus ik vind dat ikzelf ook wel een Apeldoornse Vierdaagsekruisje verdien'. En…zij tippelen. Petje af, Bert!, zeg ik tegen mijzelf. Het Apeldoornse Vierdaagsekruisje heb ik WEL!
PS De foto is van internet. De echte ligt in een laatje. Voor het geval je me niet gelooft!

donderdag 30 juni 2016

Elke dag verjaardag! Elke dag 1 juli!



 

Volgens mijn paspoort is 19 januari mijn verjaardag. In 1956 ben ik geboren, dus eigenlijk mijn geboortedag. Ik vier ‘m niet meer. M’n geboortedag niet en mijn verjaardag niet. Hoe dat zit vertel ik nu, al realiseer ik me dat ik niet volledig kan zijn. De verjaardagen van vroeger, niet bij ons, maar ik ken ze, dan zit je met de hele familie en de grote vriendenschare tot en met de buren van de laureaat in een rechthoekige kring in de doorzonkamer op eetkamerstoelen en stoffige naar een van alles stinkend bankstel. Type Van Bassenstraat, Prins Alexander. Jaar in jaar uit dezelfde prietpraat met en van die uitgekakte mensen. Met een beetje geluk een stuk slagroomtaart van de Hema. Een kop thee of koffie en een uur later bier en een glaasje prik. Blokjes kaas en stukjes worst, een verdwaalde pinda op tafel. M/v, m/v, m/v wat een feest. Een reden om er niet meer aan mee te doen. De eigen verjaardagsfeestjes in mijn jeugd zijn top! Mijn Moeder verzorgt uiteraard zelf gebakken cake en koekjes en er is in overvloed limonade, ranja met een rietje, maar ook de eerste generatie flesjes frisdrank. Herschi, Hero, Coca Cola, Chocomel, Fanta, Sisi, Joy. Een zakje Smis (zo spreek je dat uit) chips, van toen nog vijfentwintig centen, is de kers op de appelmoes en de volgend jaar te herhalen hit. Mijn Vader komt eerder thuis van de zaak. In de Verenigde Staten koopt hij een filmcamera met projector en projectiescherm. Eind jaren ’40. De filmprojector wordt gereed gemaakt op de eettafel en het projectiescherm opgesteld. Iedereen zit op de grond met de mondjes (we zijn nog klein) open, wijd open. Comedy Capers.  Stan Laurel & Oliver Hardy (de Dikke en de Dunne). De aanwezige kinderen krijgen allemaal een cadeautje mee als aandenken. Ikzelf krijg nog de mooiste cadeaus. Dinky Toys, Lego, Matchbox. De boekjes van Pietje Bell.




Gek of niet, maar mijn kinderen zijn ook niet meer zo tuk op hun verjaardagen. Zeker de ouwe stijl niet. Mijn eigen 19 januari wordt immer gevierd met een intiem diner in een lekkere tent, een gewone. Het zal vanavond wéér  Reuring zijn. Niet het kabaal dat we maken, nee, zo heet het etablissement. Beste eetcafé/ restaurant volgens Johannes van Dam en mijzelf. Vaste prik. Vaste tafel. Strijk en zet lekkerder is er niet, de runderribsteak. Ik heb er dus geen zin meer an. Hoe kan het anders? Welke dag, of welke datum moet ik aanhouden? Die van m’n geboorte? Van mijn besnijdenis? Van alle wedergeboortes ná álle hart Geschichtes? Letterlijk dood en bijna dood ervaringen? Of na en nu met mijn steunhart? Ik besluit ik heb iedere dag feest. Iedere dag mijn verjaardag. Gelijk de Iraakse schrijver Rodaan al Galidi: iedereen is op 1 juli jarig. Asielzoeker en zeer succesvol als schrijver van prachtige boeken en gedichtenbundels. Mijn leven is als een barcode: iedere dag een streepje! En de glazen op tafel zijn altijd helemaal vol. Elke nieuwe dag bij het krieken van de dag, het ochtendgloren (niet voor niets is de betekenis van de naam van mijn dochter Avital: morgenstond, zonsopgang), dan realiseer ik me dat ik heel bevoorrecht ben. Met alles. Met iedere nieuwe dag die is en komt. Ná zonneschijn komt weer zonneschijn!


zaterdag 25 juni 2016

Concurrentie van The Big Bang


 

 

Een Facebook-vriendin plaatst een paar foto’s van knotwilgen. Zo mooi. Zo Hollands. Als ik dan knotwilgen zie, moet ik onwillekeurig ook denken aan dé treurwilg. Hoe dat zit vertel ik je. De treurwilg (Salix babylonica) is een boomsoort van de wilgenfamilie (Salicaceae) en bereikt meestal een hoogte van tien  tot vijftien meter. De glanzend bruine takken zijn hangend, vandaar de naam treurwilg. De bladeren zijn ongeveer vijf tot tien centimeter lang. De bovenkant van het blad is groen en de onderkant blauwachtig groen. Achter in onze tuin in Lochem, op dik honderd meter afstand van ons huis en dus mijn slaapkamer staat de statige en imposante treurwilg. Er valt genoeg te zien en beleven in de tuin. De treurwilg maakt veel indruk. Het is zondag, Moederdag. 9 mei 1965. Ik ben negen jaar. Kieper mijn spaarpot leeg en voor mijn Moeder schrijf ik een gedicht en koop een fles Badedas. Favoriet van mijn Vader. Ik zit vaak met mijn Vader in bad in de Badedas. Van mijn Moeder. Van mij. Van mijn kinderen. Ik  schrijf er her en der in boek of blog over. ’s Morgens vroeg al ga ik naar mijn Moeders slaapkamer. Ik kan niet wachten mijn Moeder blij te maken. Trots als een pauw ben ik. En zeker blij. Geef kussen. Cadeau en gedicht.Ik speel nog wat op mijn kamer en besluit met op het kussen en onder het dekbed mij  koest te houden. Het is zondagmorgen en… noodweer. Zware regen, donker, donder en bliksem en een hoop kabaal. Ik duik er nog even dieper in. Of ik bang ben? Nee, dan nog niet. Niet lang daarna een knal! Dat kun je je niet voorstellen. Je kunt het niet navertellen. Zo’n oorverdovend lawaai, zo’n reusachtige knal is nieuw voor mij. Ben ik wel eens bang? Ja, tuurlijk ben ik wel ’s bang. Zoals ooit op terugreis van Milano Marittima in Italie via Zwitserland, alwaar pech. De lokale garage repareert, het is vrijdagmiddag. Mama zegt tegen Yoni (4) en Avital (2) en mij: wij zitten daar. Waar? Anderhalf uur huppel ik doodspaaches door dat dorpje. Waar zijn mijn kinderen? Later, veel later blijkt in een hotel-restaurant alle drie in pais en vree te zitten en spelen. Gordijnen van de hele tent gesloten. En dat moet ik maar raden? Precies tegenover de garage…

Ja, ik word er paaches (bang) van. Ik ben nog maar een kereltje van negen…! Waanideeen als staat ons huis nog schieten me door de kop. Geen flauw benul van de wetten van de natuur. Met een als het ware oerknal slaat de bliksem in. In de treurwilg. Later die dag blijkt dat een forse tak het loodje legt. Bang voor de grote knal bliksem in de treurwilg. Heel treurig. Droef. Ja, ik weet The Big Bang, de oerknal is  iets anders. Maar vergeef me, voor mij doet de blikseminslag in mijn treurwilg niet onder als concurrent.

dinsdag 14 juni 2016

Kus m'n tooches!



Deze uitdrukking wordt veel gebezigd. En als je ‘m zo ziet staan, de uitdrukking dus, dan denk je dat er een Joodse herkomst is vanwege het woord tooches. In het Ivrit (modern Hebreeuws) spreekt men van ‘tachat’. In het Jiddisch verbasterd tot tooches, tochus, hoe je het schrijven of uitspreken wil. Er zijn nogal wat varianten in het Jiddisch… En tooches betekent kont.  Afgeleid als ik ben doet het me ook denken aan de Achterhoekse uitdrukking voor een dame met een wel heel erg groot achterwerk: “Gods wark”. (G'ds werk).

De eerste hockeyclub van Avital is Pinoké. Avital zit in een elftal met onder andere Myrthe. Myrthe’s vader is Prof. Dr. Hans Bennis. Een aardige vent en op zaterdagochtenden langs de lijn kletsen wij wat af, de wedstrijd straf en strak volgend. Allebei enthousiastelingen. Hans is een paar jaar coach van de meiden. In een jaar scoort Avital negenenvijftig doelpunten in de reguliere competitie. Hans is algemeen directeur van het Meertens Instituut. Het kan zijn dat je het niet kent. Het Meertens Instituut, een grote en voorname organisatie, is een onderzoeksinstituut dat de Nederlandse taal en cultuur bestudeert en documenteert. Eén van de functies is de etymologiebank. Een databank met de herkomst van Nederlandse woorden en uitdrukkingen. Etymologie is dus de studie naar de herkomst van woorden. Ik snuffel nogal eens bij hen op internet. Namen, voornamen, familienamen, plaatsnamen.

Enfin: ‘kus m’n tooches’ is op zich wel juist, maar met een andere herkomst. Voorlopig weet ik de juiste herkomst nog niet. Er wordt gesproken dat het afkomstig is van  “lik me vessie”. Het betekent zoiets als: is de kwaliteit van iets niet goed, dan spreken wij van een kwaliteit van ‘likmevestje’. Eind negentiende eeuw komt de uitdrukking vanuit het Frans naar ons land. Vestje, vessie is een verbastering, of beter een transscriptie van het Franse “fesse”. En dat betekent bil. Lik m’n reet, dus. In het Duits: leck mich im Arsch. 

Van enfin naar afijn en ik leg me neer bij de betekenis en herkomst. Ofschoon het blijft knagen. Tot ja, tot ik eindelijk weet, zonder enig wetenschappelijk bewijs, vanwaar “kuss mir Tuches” afkomstig is. Zolang de wetenschap mij  niet tegenspreekt.

De islam imiteert alles. Ik hoef daar niet op in te gaan, wel? Toch (ook van tooches) heeft die islam wel iets unieks. Zie bijgaand tweede foto voor het bewijs van juist die uniciteit.

Ach man, kuss mir Tuches!