woensdag 2 april 2014

Tas

De hele wereld past in m’n tas.

Met geen enkele zekerheid durf ik te beweren dat mijn Moeder een luiertas of zo voor mij had. Geen flauw idee of zo’n ding toen al in zwang was. Ik herinner mij m’n eerste tas. Eigenlijk een koffer. Zo’n kleuterkoffer van karton. Diep, diep in mijn geheugen was ie lichtblauw. Kan ook rood zijn. Daar zat dan  mijn teddybeer in en beslist een paar autootjes van Matchbox.  Geheid ook dat er een Gouden Boekje in zat: ”Wim is weg”, want die paste wel bij op reis gaan. Naar mijn suikeroom Bram bijvoorbeeld.

Toen ik een jaar of vijf, zes was belde Sinterklaas ons op. Ik heb de foto nog, één van de weinige foto’s waar mijn Vader en ik samen op staan.  Bertje met een héél bleek ponempie, met de zware zwarte bakelieten hoorn aan zo’n duuz’nd keer gedraaide stoffen snoer en aan de andere kant van de lijn was Sinterklaas. Ik schrok me natuurlijk de kolere. Je moet er wat voor over hebben. Ik herinner me: ik kreeg daarna mijn tweede tas! Met daarbij alle attributen voor een ware treinconducteur of stationschef, weet ik veel. Een pet. Een riem, met een band er aan vast over de schouder (waar heb ik dat meer gezien), een kaartjesknipper, kaartjes zelfs en een spiegelei mét fluit los erbij. En verdomd: een tas. Voor de kaartjes en de hele rataplan. Ik was wat! Chef. Pet. Tas! Alleen heb ik nooit wat met treinen gekregen.

Veel later zag ik de Sjef van Oekel Show. Sjef zittend in een treincoupé met zijn benen op de bank tegenover zich; komt Edwin Rutten (Ome Willem) als conducteur om het kaartje te knippen. Zegt de conducteur: “Lig je thuis ook altijd met de benen op tafel?”, waarop Sjef zegt: “…en…knip jij thuis ook kaartjes?” Met dank aan Wim T. Schippers. Midden jaren zeventig.
Rutten zong ook nog de wereldhit: ‘Toch is het klote zonder jou..’.
Eén van de mooiste uitdrukkingen van mijn Vader was: “Chawweroese met de conducteur”. Vertaald: vriendschap met de conducteur. Twee verklaringen: zulke controleurs, Duitse soldaten, hebben mijn Vader behoorlijk gematst in de oorlog, maar bovenal: als je dan niemand meer hebt om mee te schmoezen, praat dan met…de conducteur. Hoef ik niet uit te leggen, wel?
In de zomer altijd naar zwembad Stijgoord in Lochem. Ik had een zwemtas. Zoek maar op Google, zwemtas afbeeldingen en dan die ene, die ouwe. Jeugdsentiment staat er bij. Van binnen plastic. En dat rook! Je zwembroekje erin en een Sunil handdoek (je dacht toch niet dat ik een dure mee mocht nemen). De zwemkaart, of het abonnement. Een portemonneetje. Om op de terugweg vast een rolletje Rang van te kopen, of een zakje Smis. En zeker spekkies.

De eerste echte vet leren tas kreeg ik op de lagere school; ik vermoed pas in de vijfde klas. Holy Moses, wat was dat ding zwaar. En ook zo groot! Dik, stug leer en veel ruimte en daarom moesten er ook veel boeken in en schriften. Een penetuitje. Ik lunchte thuis. Dus zal er een Mars of een appel in hebben gezeten. En ook wel van die pipetjes met stinkspul om op de stoel van de meester te leggen. Ik heb ‘m nog gebruikt in de eerste klas van de HBS en toen -  recalcitrant als ik was -, ik zal je voor zijn, zelf dacht ik de wijde wereld te ontdekken, had ik een pukkel. Nee, niet op de kop. Maar een tas, die heette zo. Een legertas. Legergroen. Ik had een poster van Che Guevara aan de muur, maar toen ik later wakker werd had ik me toch een pukkelhekel aan het leger. Enfin, ik had een pukkel. Als één van de cadeaus bij mijn dertiende verjaardag, mijn bar mitswa, kreeg ik een heuse hockeytas. Nou, daar was ik knap fier mee. Je hockeyschoenen, shirt, broekje, sokken, shampoo en een handdoek, alles paste er in. Onder de klap, flap als een enveloppe kon de stick zelf en zo op het stuur van de fiets. Echter…mijn legguards en klompen dan? Tsja, die konden er niet in. Ingenieus propte ik de klompen in de tas en de legguards aan de vóór- en achterkant van de tas, met de riempjes verbonden en vastgezet. Zo’n klein kereltje, met een grote jongensfiets en een reuzentas met hockeyspullen. Dát waren nog ’s tijden! Later met hockey had ik eerst een echte postzak en toen van die grote tassen (Israel, Zuid Afrika), blauw met leren banden. IJzersterk. Toen de legguards voor kunstgras kwamen kreeg je er grote rode tassen van de leverancier bij, Met prominent zijn naam. Ach, moet kunnen.

Met een sprong door de tijd, de techniek staat voor niets, kom ik bij de attachékoffertjes. Doe maar een partij sjiek. De mooiste van de mooiste. Een stuk of wat Samsonites, een Delsey, een bordeauxrood leren koffer, een groot formaat bruine dokterstas en als laatste een leverkleurige leren koffer, verreweg de mooiste. Van de lange wandelingen op de vliegvelden, het vele vliegen, kreeg ik een tennisarm. Snap je ‘m nog? De elleboog werd door die zware, gewichtige koffer uit z’n verband gerukt. Fysiotherapie. Geen koffertje meer. Sinds die tijd paspoort en ticket in de binnenzak, m’n Mulberry agenda in de hand en daarin één (1) vel papier met de niet te vergeten te bespreken thema’s ter plekke. Effectief. In je andere hand de mobiele telefoon, die toen nog het formaat groot had.

En wat denk je zelf? Welke tassen heb jij allemaal?
Mijn toilettas is ook naar menig buitenland geweest. Kan veel verhalen vertellen. Ik zal ’s vragen of die toilettas alles nog weet. Ik heb ook wel ’s een plunjezak gehad. Ik zat maar –gelukkig- héél kort in het leger, dus die zak heb ik weer de zak gegeven en aan zo’n zak teruggegeven. Blij dat ik dáár van af was.

Sonja Cohen- Gassan, zij rust in vrede, was een ware bridgevriendin. Helaas toen zij overleed was ik in het buitenland en kon haar niet de laatste eer bewijzen. Sonja deed in tassen. Agenturen. Maandelijks ook op haar stand in de Jaarbeurs. Ik heb een polstas bij haar gekocht. Inkoop. Eind jaren zeventig. Bloedduur, ver boven m’n budget en poepsjiek. Nu niet meer zo…., geloof ik. Ligt mooi in de kast mooi te wezen in een stoffen zak, of tas. Weet ik het. Toen was het gebruikelijk om álles mee te nemen, bij voorkeur in je tas. Wat ben ik blij dat alles nu, sinds ook die tijd zo’n beetje, want de tas heb ik nauwelijks gebruikt, in mijn portefeuille van Daskas, Haarlemmerstraat zit. In mijn borstzak. Zo groot als een creditcard, zo dik als twee pinpassen. En álles zit erin!
Waar ook alles in gaat zijn de boodschappentassen. Het zijn veelal plastic zakken, daar ben ik niet zo van. En om voor joker reclame te maken voor je supermarkt, vind ik weinig kies. Vroeger, toen alles zo veel beter was…, had je bij Albert Heijn op de Nieuwstad in Lochem papieren zakken. Zonder hengsel. Een heel groot formaat zak. Met alle erin. Of twee tassen. Zo’n ding droeg je dan van onderen voor je borst. Kijk, dat is nou nostalgie.

Ik pretendeer niet volledig te zijn met mijn tassenverzameling, waarom zou ik? Als je meer wil zien ga je naar het Tassenmuseum. En drinkt er een tas koffie.
Een paar maanden geleden zie ik in een café of restaurant een dame met naast zich: haar tas. Toen bedacht ik mij het volgende: zo zit ik ook. Ik zit. En naast mij mijn onafscheidelijke tas met Heartmate. En, ik zweer je, die houden we er in. Als mijn hart maar pompt, dan klopt ‘t.


In het Tassenmuseum ‘Hendrikje’ op de Herengracht 573 is tót 31 augustus 2014 de tijdelijke tentoonstelling, dus buiten de vaste collectie: “Welkom aan boord”.

2 opmerkingen: