Lochem. Dat is waar ik geboren ben. Wat ik mij
ook herinner is dat ik tweemaal per jaar
met mijn Moeder schoenen ging kopen. Mijn Vader handelde in huiden, leer en
pickers. Dus leren schoenen. Om meerdere redenen. Mijn Moeder nam mij dan
altijd mee naar de schoenenwinkel van Beumer in de Walderstraat. Vroeger, vóór
de oorlog, werd deze straat de Jodenbreestraat genoemd, omdat er toen nog –naar
verhouding- veel Joodse winkels waren. Ook één van Vromen. Er was nóg een
schoenenwinkel, Swaters op de Nieuwstad, maar daar ben ik nooit geweest. Zowel
mijn Moeder als later ikzelf kochten bij door mijn Vader geautoriseerde
winkeliers. Het moge zo langzamerhand duidelijk zijn waarom. Dat mijn Vader
visie heeft gehad blijkt uit het volgende: Lochem spreekt een woordje mee. De
kleindochter van Beumer is de echtgenote van de minister Plasterk. Is het nou
PLAsterk of PLAAsterk? Da’s mooi voor Lochem. Mijn Moeder en ik op weg naar de
Walderstraat. Haitsma Mulierlaan, Nieuweweg, Kastanjelaan, Tuinstraat, ’t Ei,
de Biermarkt, de Markt en links in de hoek de Walderstraat. Je denkt hij heeft
Google maps erbij of een Tomtom, niets van dat al. Uit de blote kop, als de dag
van gisteren. En ik kan het weten. Ik ben er getogen. In de zin van afgereisd,
zie de enorme reeks aan straatnamen; en in de zin van grootgebracht. Nu in een
hop en een sjtop, een poep en een scheet, toen een wereldreis. Aangekomen bij
de winkel. Eén raam met Beumer Schoenen. Dan wist je waar je moest zijn. Rechts
de deur, met koperen beslag en zo’n ding om met je duim naar beneden te duwen.
De winkelbel belde en een stoffige –voor mij - oudere vrouw kwam van achter een
gordijn de winkel binnen. ‘Goedemorgen (met naam en toenaam), waarmee kan ik u
helpen?’ Ik: ‘Huh???’. Mijn Moeder: ‘Ik denk dat wij voor schoenen
voor Bert komen’. Enfin er kwamen schoenendozen
uit de stellingen en die stellingen begonnen al in de winkel. In het midden –zo
groot was het niet- twee of drie stoelen in twee rijtjes met de rug tegen
elkaar aan en twee van die kleine k-bankjes, waar jij dan je voet op moest
zetten en die stoffige dame ging op het zadel. In amazonezit, anders zou je
haar recht in het kruis kijken, Daar was het de tijd nog niet voor. Jaren
vijftig, zestig kapsel. Welhaast plat Lochems. Dah ken ie niet verstoan.
Diverse dozen (schoenendozen) werden tevoorschijn gehaald en passen met de
handel. De twee torens met dozen leken verdacht veel op het grootse
wolkenkrabber project van Rem Koolhaas in Rotterdam. ‘Zijn ze stevig?’, vroeg
mijn Moeder, naast mij. ‘Ja’, zegt Amazonika, ‘en hij (ik) heeft nog een
centimeter ruimte bij de grote teen’. ‘Zitten ze goed, jongeman?’, zegt de
verkoopster. ‘Ja, dat wel’. En… ik ging staan, en passant in de spiegel kijkend.
‘Ze staan ook goed’, becommentarieerde ik. De kalle zag de gein van de
woordspeling en de multifunctionele toepassing van het woord staan niet
helemaal in. En verdomd…. Wat krijgen we nu? Hij liep naar buiten! Deur open en
links af de Walderstraat in. Een minuut later kwam ik terug. Mijn Moeder met de
rechterhand voor haar mond de lach verstoppend en bijna in de broek piesend lag
helemaal in een deuk toen ik zei: ‘…En ze lopen ook wel lekker…!’.
zaterdag 14 februari 2015
zaterdag 7 februari 2015
Als een perpetuum mobile, nou zoiets...
Eeuwigdurend, altoos succes, dat moeten de
productontwikkelaars bij Unilever voor ogen hebben gehad. Mijn buurjongetje in
Lochem, Ruud van de Velden, toen nog Rudy, speelde altijd met Meccano. Ik
croste op mijn doortrappertje van veldje naar veldje of er nog een balletje te
trappen was en anders bij ons thuis voetballen in de tuin. We keken wel op
woensdagmiddag naar Tante Hannie Lips en De Verrekijker, Pipo de Clown. Welnu,
die Ruud zo’n 27 jaar geleden weer eens tegengekomen, bij ons thuis met zijn
Engelse vrouw op de thee. Zelden zo grijs. Ruud vertelde hij is Quality
Manager, chef kwaliteitscontrole, wereldwijd van het bekende merk Magnum. De
ijsjesbom calorien. Ik begin het een beetje te begrijpen. Nu ik dit blog
schrijf moet ik aan hem denken. Met alle beschikbare zoekmachines hij is niet
te vinden. Dat op zich vind ik wel jammer, misschien hebben we mekaar nu iets
te vertellen. Enfin, mede dankzij hem is dat ijs wereldwijd een kraker. Krakend
ijs. Komt daar vandaan. Nog zo’n succesvol marketingproject van Unilever wil ik
je niet onthouden. Daar over zo. Eerst: mijn gedachten gaan alweer zo’n
slordige 40 jaar terug, naar de Chevrolet Nova. De auto wordt in de Verenigde
Staten ontwikkeld en geintroduceerd. Gelijk álle records verbroken. Wat een
enorm verkoopsucces. De heren stijgt het naar de kop. Zuid Amerika moet
veroverd worden. Voor vele honderden miljoenen wordt een fabriek neergezet in
Brazilie. De trein wordt in gang gezet en de auto’s rollen van de band. Een
gigantisch dealernetwerk. Miljoenen in marketing. In reclame. Het hele land
wordt bevoorraad en… wat denk je…géén auto wordt verkocht. Wat een zeperd. Een
krieje. Achteraf denk je: hoe hebben ze het kunnen verzinnen, maar nu pies je
in je broek. In de raad van bestuur zitten allemaal Amerikanen. Native English.
Geen pepernoot taalgebruik van over de grens. Laat staan dat ze notie hadden
van Spaans, Portugees (wordt in Brazilie gesproken). De casus van de Chevy Nova komt voor in elk
marketingboek als het briljante voorbeeld. De klassieker. Toen uiteindelijk de
arrogante leiding van Chevrolet zich liet voorlichten over “no va” briesten ze
als wilde stieren de hele tent af tot ver in Detroit. Iedereen de laan uit. No
va betekent in het Spaans: ‘doesn’t go’, ‘gaat niet’ (loopt niet, doet het
niet, rijdt niet). No va kan ook betekenen een “no go”. Welnu een no go verder
werd het. Terug naar Unilever. Naar Ambi Pur. Wie kent het niet? Ik, ik kreeg
er lucht van... De eerste paar maanden van 2012 een paar nachten, iets meer,
gelogeerd in het immer gastvrije en deskundige VUMC. Vrije Universiteit Medisch
Centrum. Ik kwam er nogal ‘s. Dat was vóór mijn trip naar Utrecht. Over Utrecht
kan ik je geen klacht mededelen en over de VU ben ik ook zeer te spreken. Op
alle fronten. Eén van de meest triviale gebeurtenissen echter is de volgende.
Ik lig er een kleine week, decompensatie en hang aan de afwateringspomp. In
mijn kamer boven de wasbak en spiegel een plankje, met daarop een transparant
plastic bakje. ‘Wat is dat?’, vraag ik. ‘Dat is de luchtverfrisser’. ‘Die heb
ik toch niet nodig, wel?’ De lieve verpleegkundige reikt naar boven en pakt het
potje. Dat denk ik, want ik keek halfhoog. ‘Zie je wel. Ambi Pur’. Een
hardplastic halve cilinder en de bovenkant
open met een heleboel gaatjes. Tochtgaatjes. Luchtgaatjes. A ha! Daar komt dus de frisse lucht vandaan! Ambi
Pur Crystal Gel. Zo heet het. Het staat er op. Ik maak een notitie om het voor
thuis ook te kopen. Ruikt lekker en je hoeft niet steeds aan die vieze dingen
te zitten of op een spuitbus te knijpen. Ik zet er dus één op het toilet en één
op mijn eigen, in de badkamer. Het is een merk van Unilever. Dan zal het zeker
goed zijn. In eerste instantie koop ik het bij Albert Heijn online. Prima
systeem, als je even geen zin hebt. Later koop ik het ook bij Jumbo……het staat
op mijn lijstje. Wat denk je. Nul op rekest. Albert Heijn heeft het ook niet
meer. C1000 dan. Verrek, ook niet. Ik vloek. Struin het internet af. Waar kan ik
Crystal Gel kopen? Ik beland in oeverloze discussies van de Nederlandse
Vereniging van Huisvrouwen, dat Crystal Gel parels daar en daar ook niet te
koop is, maar wel in Drenthe volop aanwezig. Nou wil ik niet naar Drenthe en
wil ik niks uit Drenthe en ben mooi in de aap gelogeerd. Denk ik. Ik heb alle
tijd dus ik lees nog even verder mee met het geacht forum naaikransje. Zit je
in je stoel? Zet je schrap! Tip 11: als de gel parels opgedroogd zijn – en je
eigenlijk een nieuwe moet kopen- moet je het bakje vullen met water. Resultaat:
de pareltjes blijven ruiken, fris ruiken. Het water verdampt. En je vult maar
weer. Het staat er écht! Keer op keer.
Altoos. Eeuwigdurend. Nog steeds zie ik het niet in de winkels, assortiment van
Heijn online, niet in mijn Jumbo, Hallo Jumbo! op het Groenhof. Ik zoek niet
verder. Ik koop ze niet meer. Dat zal toch niet de wens zijn van Meneer
Unilever. Of Mevrouw Ambi Pur? Een product op de markt zetten, dat zó succesvol
blijkt te zijn, zó goed van kwaliteit, dat je het nimmer meer nieuw hoeft aan
te schaffen. Zou Ruud van der Velden daar achter zitten? Dit is nog ’s
kwaliteitscontrole! Hoe dan ook: zegt het voort. Zegt het voort. De Ambi Pur
Crystal Gel parels zijn als een bewegingloze perpetuum mobile op het water
closet van mijn toilet. Zoals een oud
Hollands woord ons leert: altoos. Eeuwigdurend.
zaterdag 31 januari 2015
Het Witzenhausen effect.
Witzenhausen is een dorpje in de Duitse deelstaat Hessen.
Het woord witz kennen wij. Ja toch? Het kan ook een verbastering zijn (nee
hoor) van wittiesj. Onnozel. Hebben we vandaag de dag nog tijd? Tijd voor
elkaar? Tijd voor een beetje gesprek? Uberhaupt interesse in elkaar? Youp van ’t Hek heeft jaren geleden iets
geroepen over de diepere discussies in het televisieprogramma Goeie Tijden,
Slechte Tijden. Ik heb dit nog nooit gezien, ik zat op zolder. Ik citeer: ‘Dag!’ ‘Dag!’ ‘Hoe gaat ‘t?’ ‘Nou, dag, tot ziens!’ En dan
heb je tegelijk het niveau van de diepere discussie, zo voegt Van ’t Hek toe.
Ik begrijp ‘m. Anno nu en zeker ná mijn eerste hartproblemen wordt te pas en te
onpas, maar uitsluitend opportuun, gevraagd hoe het met je gaat. ‘Ja, hoor ’t
gaat goed.’ Je ziet de ander denken…..’nou dan zal het binnenkort wel slechter
gaan…’, of: ‘Mwah, nee niet zo best…’.
Verdomd: de ander denkt: ‘ik hoop maar dat het dan nóg minder zal gaan’. Kortom
niemand interesseert zich in de ander, in jou. Eigen belang voorop. De goeden
niet te na gesproken! Het zijn nietszeggende plichtplegingen. Karakterloos.
Oppervlakkig. Helaas ken ik er maar al te veel. Eentje wil ik je niet
onthouden. Ná de dienst voor de Bar Mitzwah (kerkelijk meerderjarig) in sjoel
(synagoge) van de zoon van één van mijn allerbeste vrienden –die inmiddels
helaas kort hiervoor is overleden - het
is voorjaar 2001, haal ik een kop koffie. De dienstdoend Chef Schenken ken ik.
Jarenlang is ie met mij meegereden naar Ajax. Hij zat in de verf. Ik noemde hem
‘Rembrandt’. ‘Goed Sjabbes (goeiemorgen
vandaag), mag ik alsjeblieft een kop koffie?’ Hij quasi verbaasd: ‘Hé, hoe is het met je?’ Ik: ‘Dat wil jij
helemaal niet weten…’. En ik pakte mijn
koffie. Als ie het had willen weten dan had ie ooit eens gebeld, of zo. Wat een
lougeiwes. Wat een flapdrol (Tweede Kamertaal). Ik noem dat ‘het Witzenhausen
Effect’.zaterdag 24 januari 2015
Mijn taal.
Iedereen heeft zo zijn/ haar eigen taal. De taal van
het land waarin je woont, de streek, de stad, het dorp. Of tot welk een
gemeenschap behoor je. Of een beroepsgroep. Straattaal, markttaal, dieventaal.
Bargoens. Van de oude talen –de Tenach of het Oude Testament is genoteerd in
het Aramees en Hebreeuws - is in die zin
niet veel over, dat Aramees niet meer gebezigd wordt, een dode taal, en het
Hebreeuws gemoderniseerd is tot Ivriet, modern Hebreeuws. Het Ivriet is eind 19e eeuw ontwikkeld
door Eliezer ben Jehoeda. Mijn beste vrienden wonen in ‘zijn’ straat in Tel
Aviv. Een korte verklaring: de Joden in de Diaspora en woonachtig zeg maar in
Centraal Europa spraken vroeger ook al met elkaar en als er iets ‘geheim’ moest
blijven, werd al ras overgestapt op Jiddisch. Simpel gezegd een mengelmoes van
Hebreeuws en Duits. Aangevuld met her en der alles erbij. Het Jiddisch
overigens werd geschreven met Hebreeuwse letters. Volgens mij omdat dan het
geschrevene ‘geheim’ bleef, of beter wellicht: men was het schrijven van de
plaatselijke taal niet machtig. Ja, ook bij ons thuis als mijn Vader en Moeder
iets bespraken dat niet voor mijn oren bestemd was… Vanuit
Duitsland geredeneerd heb je onder andere het Oost Jiddisch en het West
Jiddisch. Daarvan vind je nog veel verwantschap in de Nederlands streek- en
familie varianten. En zo brachten de Joden met name in de periode van De
Verlichting hun taal mee, Zo ook mijn voorvader Samuel Michiel Vromen, die zich
in tussen 1765 en 1780 vestigde in Lochem. Hij kwam van Urbach, bij Neuwied in
Duitsland. De taal ging over van generatie op generatie. Sterker nog: in
Amsterdam, waar vóór de oorlog tien procent van de bevolking Joods was, wordt
een flinke partij “Joods” gesproken. Echt geloof me, zowel in het Amsterdams,
als in het Nederlands komen duizenden woorden en gezegden voor met een Joodse
herkomst. Als ik dat allemaal ga benoemen…. Er zijn genoeg boeiende
naslagwerken, ook op het internet met betrekking tot West en Oost Jiddisch.
Standaardwerken zijn de boeken van Hartog Beem – één voorbeeld zijn boek ”Jerosche”,
dat erfenis betekent, als ook het prachtige woordenboek van Justus van de Kamp en Jacob van der Wijk
(Contact 2006): “Koosjer Nederlands”. Joodse woorden in de Nederlandse taal. De
taal die ik van mijn Vader en Moeder heb geef ik door aan Yoni en Avital.
Volgens het principe “slippage’ heb ik ooit honderd woorden geboord, tachtig
vond ik mooi, zestig heb ik onthouden, veertig gebruik ik regelmatig en twintig
bezig ik wekelijks en vijf dagelijks. Zoiets. Wat ik probeer te stellen is dat
taal helaas aan tijd gebonden is en met die tijd vergaat. Uit de tijd gaat. Zie
ook ons Nederlands. Zo ik al veel minder woorden gebruik dan mijn Ouders, zo
kan ik niet van mijn kinderen verwachten dat zij wél weer alles oppakken en
benutten. Van binnen straal ik dan ook van geluk als er af en toe zo’n woord
door mijn kinderen wordt gebezigd!
In een hop en een sjtob (Jiddische uitdrukking,
betekent: in een wip, no time) naar Het Parool, léés die krant, van een paar
decades geleden. Op Oudjaar, 31 december was er steeds een hele pagina gevuld
met ‘wat wél moet blijven in het volgende jaar’ en ‘wat niet moet blijven’. En
Henk Spaan deelde de oliebollen uit. Wie schetst nu mijn verbazing dat in het
Nieuwjaarsnummer van het Nieuw Israelietisch Weekblad, de Rosh Hasjana editie
van 19 september 2014 over de twee pagina’s in het hart van de krant de
redactie met het volgende komt: “10 dingen die weg/ blijven moeten”. Eén van
die gastjes zal waarschijnlijk door zijn collega’s de hemel in zijn geprezen
voor dit briljante, creatieve idee. De persoon zal beslist hebben gedacht “goed
gepikt is beter dan slecht nagemaakt”.
Nu heb ik niet vaak zo’n stelletje schlemielen bij elkaar gezien…. Zij
hebben het volgens de kop over “10”, wat denk je… ze komen niet verder dan
negen! Willem Tell. Als het hun bedoeling was mijn mening te geven over wat
moet blijven…, nou dan zeker die redactie niet. Eén van de items is:
“Nesjomme”(dat betekent ziel). Onder MOET WEG schrijft men: “Het koketteren met
Jiddisje woorden en gezegden om de eigen Jiddisjkeit te benadrukken is
oubollig, ouderwets en geforceerd en zorgt voor een afstand tot onze
niet-Joodse medemens”. Bij MOET BLIJVEN
wordt geschreven: “Het is enig dat er nog menschen zijn die Jiddisje uitspraken
in hun idioom hebben. Het is een teken van nesjomme. Nog belangrijker is dat ze
deze, door ze te blijven gebruiken, doorgeven aan volgende generaties”.
Doe er dan wat aan! De Facebook pagina “Mokums
Amsterdam” geeft de lezers dagelijks één woord. Fantastisch! Ik heb een paar
taalvirtuozen en collega boeken schrijvers gekend, beiden expert in het onvervalst
authentiek Amsterdams Jiddisch. Dikke chawwers. Dave Verdooner en Hans Sarfaty.
Beiden helaas niet meer onder ons. Een genot om naar hen te luisteren. En dát
heb ik veel gedaan. Nu is er mijn chawwer, vriend Leo Groenteman. Er zullen
ongetwijfeld nog een paar anderen zijn, maar die hoor ik niet. Zo ken ik ook
een oude niet-Joodse mevrouw die in elke zin –geschreven of gesproken- minstens
één Joods woord gebruikt. Kijk, dát vind ik nou misplaatst. Onder het mom: Kijk
mij nou ’s goed zijn! Wat te verbergen? Kan ik bij je aankloppen voor een
onderduikadresje?
Hoe dan ook: in mijn eigen taalgebruik, in mijn
boeken, in mijn blogs, in mijn brieven, ik zal mij altijd blijven bedienen van
die woorden die ik reken tot MIJN TAAL!
zaterdag 17 januari 2015
Varkens in een omgekeerde wereld.
Eigenlijk te gek voor woorden: het is nu Sjabbat,
Sjabbes en ik schrijf over varkens. Op zich al een omgekeerde wereld. Hoe
zit het? Ook op internet volg ik nieuws. Het nieuws en de waan van de dag
vandaag: “Oxford University Press heeft ‘varken’, ‘zwijn’, ‘worst’, ‘spek’ en
andere aan varkens gerelateerde woorden in alle kinderboeken in de ban gedaan”. Schijtlijsters zijn het. Hoe je het ook wendt
of keert het slaat als een tang op een varken, boeren en varkens worden
knorrend vet, dat varkentje zullen wij wel even wassen, het varken is tot op
het oor na gevild, rozen voor de varkens strooien, schreeuwen als een mager
varken, veel varkens maken de spoeling dun, onze varkens worden niet vet. Zo
dom als het achtereind van een varken. Vraag: wordt het met de sharia in
oprichting verboden varkens te fokken, te slachten, te eten? Nette mensen
brodeloos maken? Menigeen een lekker stukje vlees onthouden? Hallo jongens, wakker worden! Het is al een
omgekeerde wereld. Nu –voor je het weet-
ook al is het varken voor mij niet koosjer en voor islamieten onrein,
dan nóg hoeven de sjaria machers jouw en mijn taal niet te verkrachten. Waar
gaan we naar toe? Toen ik jaren geleden
eens op vakantie in Portugal in een restaurant in een vitrine een varkensoor
ontwaarde, althans ik wist niet wat het was en vroeg er naar. Ik kreeg de
uitleg. Een varkensoor, Schijnbaar een delicatesse. Varken is niet koosjer.
Onrein, Een Jiddisch woord is CHAZZER. Onrein. Vies. Vul maar in. Een
chazzeroor (ook chazzerer) behoeft geen nadere uitleg. Ter plekke belde ik de
oudste zoon van mijn Ouders en vertelde hem dat ik hem zojuist was
tegengekomen. In de omgekeerde wereld. zondag 11 januari 2015
Elle a 23 ans. Je pensais.
Als ouwe leerling kom ik de laatste twee jaar even
mijn diploma scoren op Maimonides. De grote stad heeft vele verlokkingen. Een
jonge lerares Frans wordt ons toegewezen. Zij studeert Franse taal en
wetenschappen. Ik vermoed zij is 23. Ik noem haar Mieke. Zij studeert aan de
UvA, de Universiteit van Amsterdam en waar zij tevens doceert. Zij publiceert
ook, in “Lust en gratie”, als voorbeeld.
Dan móet zij goed zijn. Zeker voor zo’n jonge vrouw. In onze klas is zij ook
goed, al kijk ik niet zo gek veel in de boeken. Om je een indruk te geven:
Mireille Mathieu, Francoise Hardy. Op een gegeven moment vertrekken wij met de
bovenbouw naar Parijs. Werkweek noemt men dat. Ik vind werken iets anders. Wij
logeren in een hotel in Le Marais, de Joodse wijk van Parijs. Eten in een
koosjer restaurant om de hoek. Op een middag ga ik op tour met Mieke, nog een
leerling en een kabouterleraar die ik op een klein vel papier niet terug
getekend wil zien. Enfin, wij bezoeken een alleraardigst museum, Musée
Carnavalet. Prachtige uithangborden van eeuwen her. Zo vind je ze niet meer.
Het is inmiddels al neon tijd. Daarna gaat het kleine mannetje “boodschappen” doen,
de andere leerling bekijkt het en Mieke en ik drinken wat. Het wordt een lange
avond. En uiteindelijk staan wij in het hotel in de vestibule.
Jarenlang denk ik wel eens aan Mieke. Dik tien jaar
geleden zoek ik haar op. We treffen elkaar. Onze rendez vous is in een
Indonesisch restaurant alwaar wij ons te goed doen aan een rijsttafel. Zij
woont al dertig jaar samen met haar vriendin in de De Pijp en is nog steeds
professor aan de UvA. Zij denkt ook wel ’s aan mij, anders zegt zij niet
spontaan ‘Ja!’, om een keer ensemble te zijn. Wij hebben een genoeglijke avond
en spreken elkaars oren van het hoofd. Af en toe volgt een email, als ook
uitnodigingen een concert bij te wonen, of naar hun week end-huis te komen in
Winterswijk, een kilometer of wat voorbij Lochem en dan nóg verder.
Uiteindelijk rolt een invitatie in de bus: Mieke’s afscheid van de UvA, haar
pensionering. Ik heb me kennelijk toch vergist. Tant pis. Ik ga op de
uitnodiging in en word allerhartelijkst ontvangen, sterker nog: ik word
uitgebreid genoemd in haar speech. De enige van die tijd die aanwezig is. De
rest is ook niet gevraagd, dat terzijde. Je m’en fous.
Terug naar de vestibule. Eindelijk entre nous. De
hormonen slaan op hol. De jongeman bedenkt het meest superieure Frans dat hij
kent en stamelt op het moment supreme……. (wat ik zeg, wat dat betekent en wat
het moet zijn zoek je zelf maar op, of je belt Mieke)….. “Je te désire une
bonne nuit!”. “Dat hoor je anders te zeggen, Bert…!”. En wij gaan ieder naar onze eigen kamer. Honi
soit qui mal y pense.
Zij is 23, dacht ik.
*En als je een aardig boekje wil lezen over Le
Marais, eentje uit mijn persoonlijke top tien: ‘Meneer Ibrahim en de kleuren
van de koran’ door Eric-Emmanuel Schmitt. Aan te bevelen, zeker nu! Deze blog
heb ik juist geplaatst, omdat ik verscheurd ben, bewogen en geschokt na wat er
deze week allemaal in Parijs is gebeurd.
zaterdag 3 januari 2015
2015. G'ds eigen apotheek.
In het Jodendom mag je de naam van G’d niet
uitspreken en ook niet schrijven. Vandaar de apostrof. Je doet ’t (nóg
één) er maar mee. Enige tijd geleden
kreeg ik een alleraardigst verhaal, interessant te lezen en weten en ernaar te
leven. Ik wil het graag delen. In de Nederlandse vertaling. Ik wens allen een
gezond 2015 toe, het jaar is nét begonnen. Je blijft je verbazen. 2015, da’s 2+0+1+5=8.
Ik geef je nu de acht eitses, raadgevingen:
1. Snijd
een plakje wortel. Je ziet een oog. Wortel is goed voor je ogen, maar ook voor
de bloeddoorstroming van je ogen
2. Een
tomaat heeft vier kamers en is rood. Gelijk het hart. Een tomaat zit vol lycopeen,
héél gezond voor hart en bloedvaten
3. Een
walnoot lijkt op je hersens, voor zover aanwezig, en stimuleert méér dan drie
dozijn transmitters om je hersenfuncties te verbeteren
4. Druiven
groeien en hangen in een tros in de vorm van het hart. Druiven lijken op
bloedcellen, maar bovendien zijn zij levenskrachtig voedsel voor het bloed
5. Kidney
bonen heten niet voor niets zo. Zij lijken op de nier en zijn bij uitstek
geschikt om de nieren beter te maken en de nierfuncties te versterken
6. De
zoete aardappel lijkt op de alvleesklier, pancreas, en houdt de functie van de
pancreas in balans
7. Bleekselderij
lijkt niet alleen op botten, maar zijn ook onmisbaar voedsel voor sterkere
botten. Bovendien een geweldige plaspil
8. Snijd
een doorsnee van elke citrusvrucht en je ziet de vrouwelijke borstklieren.
Citrusfruit versterkt de gezondheid van de borsten en stoot lymfe af tot een
goede balans. En let op: gebruik je tabletten tegen jicht, dan géén grapefruit
Tips uit G’ds eigen apotheek.
Geloof je niet dan toch evenveel respect heb ik voor je en zullen we zeggen dat
Darwin het bedacht heeft. Daar vertrouw ik niet zo op. Toeval bestaat niet,
maar de mensheid heeft bovenstaande adviezen niet zelf bedacht. Kortom: doe er
mee wat je wil, ik wens je sowieso een héél gezond 2015 toe.
Abonneren op:
Posts (Atom)


