Eigenlijk te gek voor woorden: het is nu Sjabbat,
Sjabbes en ik schrijf over varkens. Op zich al een omgekeerde wereld. Hoe
zit het? Ook op internet volg ik nieuws. Het nieuws en de waan van de dag
vandaag: “Oxford University Press heeft ‘varken’, ‘zwijn’, ‘worst’, ‘spek’ en
andere aan varkens gerelateerde woorden in alle kinderboeken in de ban gedaan”. Schijtlijsters zijn het. Hoe je het ook wendt
of keert het slaat als een tang op een varken, boeren en varkens worden
knorrend vet, dat varkentje zullen wij wel even wassen, het varken is tot op
het oor na gevild, rozen voor de varkens strooien, schreeuwen als een mager
varken, veel varkens maken de spoeling dun, onze varkens worden niet vet. Zo
dom als het achtereind van een varken. Vraag: wordt het met de sharia in
oprichting verboden varkens te fokken, te slachten, te eten? Nette mensen
brodeloos maken? Menigeen een lekker stukje vlees onthouden? Hallo jongens, wakker worden! Het is al een
omgekeerde wereld. Nu –voor je het weet-
ook al is het varken voor mij niet koosjer en voor islamieten onrein,
dan nóg hoeven de sjaria machers jouw en mijn taal niet te verkrachten. Waar
gaan we naar toe? Toen ik jaren geleden
eens op vakantie in Portugal in een restaurant in een vitrine een varkensoor
ontwaarde, althans ik wist niet wat het was en vroeg er naar. Ik kreeg de
uitleg. Een varkensoor, Schijnbaar een delicatesse. Varken is niet koosjer.
Onrein, Een Jiddisch woord is CHAZZER. Onrein. Vies. Vul maar in. Een
chazzeroor (ook chazzerer) behoeft geen nadere uitleg. Ter plekke belde ik de
oudste zoon van mijn Ouders en vertelde hem dat ik hem zojuist was
tegengekomen. In de omgekeerde wereld. zaterdag 17 januari 2015
Varkens in een omgekeerde wereld.
Eigenlijk te gek voor woorden: het is nu Sjabbat,
Sjabbes en ik schrijf over varkens. Op zich al een omgekeerde wereld. Hoe
zit het? Ook op internet volg ik nieuws. Het nieuws en de waan van de dag
vandaag: “Oxford University Press heeft ‘varken’, ‘zwijn’, ‘worst’, ‘spek’ en
andere aan varkens gerelateerde woorden in alle kinderboeken in de ban gedaan”. Schijtlijsters zijn het. Hoe je het ook wendt
of keert het slaat als een tang op een varken, boeren en varkens worden
knorrend vet, dat varkentje zullen wij wel even wassen, het varken is tot op
het oor na gevild, rozen voor de varkens strooien, schreeuwen als een mager
varken, veel varkens maken de spoeling dun, onze varkens worden niet vet. Zo
dom als het achtereind van een varken. Vraag: wordt het met de sharia in
oprichting verboden varkens te fokken, te slachten, te eten? Nette mensen
brodeloos maken? Menigeen een lekker stukje vlees onthouden? Hallo jongens, wakker worden! Het is al een
omgekeerde wereld. Nu –voor je het weet-
ook al is het varken voor mij niet koosjer en voor islamieten onrein,
dan nóg hoeven de sjaria machers jouw en mijn taal niet te verkrachten. Waar
gaan we naar toe? Toen ik jaren geleden
eens op vakantie in Portugal in een restaurant in een vitrine een varkensoor
ontwaarde, althans ik wist niet wat het was en vroeg er naar. Ik kreeg de
uitleg. Een varkensoor, Schijnbaar een delicatesse. Varken is niet koosjer.
Onrein, Een Jiddisch woord is CHAZZER. Onrein. Vies. Vul maar in. Een
chazzeroor (ook chazzerer) behoeft geen nadere uitleg. Ter plekke belde ik de
oudste zoon van mijn Ouders en vertelde hem dat ik hem zojuist was
tegengekomen. In de omgekeerde wereld. zondag 11 januari 2015
Elle a 23 ans. Je pensais.
Als ouwe leerling kom ik de laatste twee jaar even
mijn diploma scoren op Maimonides. De grote stad heeft vele verlokkingen. Een
jonge lerares Frans wordt ons toegewezen. Zij studeert Franse taal en
wetenschappen. Ik vermoed zij is 23. Ik noem haar Mieke. Zij studeert aan de
UvA, de Universiteit van Amsterdam en waar zij tevens doceert. Zij publiceert
ook, in “Lust en gratie”, als voorbeeld.
Dan móet zij goed zijn. Zeker voor zo’n jonge vrouw. In onze klas is zij ook
goed, al kijk ik niet zo gek veel in de boeken. Om je een indruk te geven:
Mireille Mathieu, Francoise Hardy. Op een gegeven moment vertrekken wij met de
bovenbouw naar Parijs. Werkweek noemt men dat. Ik vind werken iets anders. Wij
logeren in een hotel in Le Marais, de Joodse wijk van Parijs. Eten in een
koosjer restaurant om de hoek. Op een middag ga ik op tour met Mieke, nog een
leerling en een kabouterleraar die ik op een klein vel papier niet terug
getekend wil zien. Enfin, wij bezoeken een alleraardigst museum, Musée
Carnavalet. Prachtige uithangborden van eeuwen her. Zo vind je ze niet meer.
Het is inmiddels al neon tijd. Daarna gaat het kleine mannetje “boodschappen” doen,
de andere leerling bekijkt het en Mieke en ik drinken wat. Het wordt een lange
avond. En uiteindelijk staan wij in het hotel in de vestibule.
Jarenlang denk ik wel eens aan Mieke. Dik tien jaar
geleden zoek ik haar op. We treffen elkaar. Onze rendez vous is in een
Indonesisch restaurant alwaar wij ons te goed doen aan een rijsttafel. Zij
woont al dertig jaar samen met haar vriendin in de De Pijp en is nog steeds
professor aan de UvA. Zij denkt ook wel ’s aan mij, anders zegt zij niet
spontaan ‘Ja!’, om een keer ensemble te zijn. Wij hebben een genoeglijke avond
en spreken elkaars oren van het hoofd. Af en toe volgt een email, als ook
uitnodigingen een concert bij te wonen, of naar hun week end-huis te komen in
Winterswijk, een kilometer of wat voorbij Lochem en dan nóg verder.
Uiteindelijk rolt een invitatie in de bus: Mieke’s afscheid van de UvA, haar
pensionering. Ik heb me kennelijk toch vergist. Tant pis. Ik ga op de
uitnodiging in en word allerhartelijkst ontvangen, sterker nog: ik word
uitgebreid genoemd in haar speech. De enige van die tijd die aanwezig is. De
rest is ook niet gevraagd, dat terzijde. Je m’en fous.
Terug naar de vestibule. Eindelijk entre nous. De
hormonen slaan op hol. De jongeman bedenkt het meest superieure Frans dat hij
kent en stamelt op het moment supreme……. (wat ik zeg, wat dat betekent en wat
het moet zijn zoek je zelf maar op, of je belt Mieke)….. “Je te désire une
bonne nuit!”. “Dat hoor je anders te zeggen, Bert…!”. En wij gaan ieder naar onze eigen kamer. Honi
soit qui mal y pense.
Zij is 23, dacht ik.
*En als je een aardig boekje wil lezen over Le
Marais, eentje uit mijn persoonlijke top tien: ‘Meneer Ibrahim en de kleuren
van de koran’ door Eric-Emmanuel Schmitt. Aan te bevelen, zeker nu! Deze blog
heb ik juist geplaatst, omdat ik verscheurd ben, bewogen en geschokt na wat er
deze week allemaal in Parijs is gebeurd.
zaterdag 3 januari 2015
2015. G'ds eigen apotheek.
In het Jodendom mag je de naam van G’d niet
uitspreken en ook niet schrijven. Vandaar de apostrof. Je doet ’t (nóg
één) er maar mee. Enige tijd geleden
kreeg ik een alleraardigst verhaal, interessant te lezen en weten en ernaar te
leven. Ik wil het graag delen. In de Nederlandse vertaling. Ik wens allen een
gezond 2015 toe, het jaar is nét begonnen. Je blijft je verbazen. 2015, da’s 2+0+1+5=8.
Ik geef je nu de acht eitses, raadgevingen:
1. Snijd
een plakje wortel. Je ziet een oog. Wortel is goed voor je ogen, maar ook voor
de bloeddoorstroming van je ogen
2. Een
tomaat heeft vier kamers en is rood. Gelijk het hart. Een tomaat zit vol lycopeen,
héél gezond voor hart en bloedvaten
3. Een
walnoot lijkt op je hersens, voor zover aanwezig, en stimuleert méér dan drie
dozijn transmitters om je hersenfuncties te verbeteren
4. Druiven
groeien en hangen in een tros in de vorm van het hart. Druiven lijken op
bloedcellen, maar bovendien zijn zij levenskrachtig voedsel voor het bloed
5. Kidney
bonen heten niet voor niets zo. Zij lijken op de nier en zijn bij uitstek
geschikt om de nieren beter te maken en de nierfuncties te versterken
6. De
zoete aardappel lijkt op de alvleesklier, pancreas, en houdt de functie van de
pancreas in balans
7. Bleekselderij
lijkt niet alleen op botten, maar zijn ook onmisbaar voedsel voor sterkere
botten. Bovendien een geweldige plaspil
8. Snijd
een doorsnee van elke citrusvrucht en je ziet de vrouwelijke borstklieren.
Citrusfruit versterkt de gezondheid van de borsten en stoot lymfe af tot een
goede balans. En let op: gebruik je tabletten tegen jicht, dan géén grapefruit
Tips uit G’ds eigen apotheek.
Geloof je niet dan toch evenveel respect heb ik voor je en zullen we zeggen dat
Darwin het bedacht heeft. Daar vertrouw ik niet zo op. Toeval bestaat niet,
maar de mensheid heeft bovenstaande adviezen niet zelf bedacht. Kortom: doe er
mee wat je wil, ik wens je sowieso een héél gezond 2015 toe.
zondag 28 december 2014
Gestoffeerd en gemeubileerd

Weinig ervaring heb ik met huren, maar weet nog wel
het verschil tussen gestoffeerd en gemeubileerd. Onder “gemeubileerd” echter
versta ik iets héél anders. Wat dat is ga ik je nu vertellen. Het zal je bekend
zijn dat mijn favoriet by far kippesoep is. Niet te verwarren met kippensoep.
Een kippesoep moet je zelf bereiden en eten zo je wil. Met, zonder. Ik vind mét
alles het lekkerst. Wat denk je van eitjes (eigeel, dooier en nog niet
uitgepoept door de kip), hartjes, maagjes, levertjes, nekjes (al noem ik het
halsjes). Ga maar ’s naar de poelier en vraag een pondje kippennekjes. Meekoken
tot gaar. Ligt ie uiteindelijk ter consumptie op je bord, dan pak je ‘m beet en
gaat kluiven, er zit heerlijk vlees aan, en je zal merken dat de werveltjes
makkelijk loslaten. Zo’n werveltje leg je dan op de rand van het bord. En als
je je hele bord leeg hebt gegeten, dan pak je van de rand nóg ’s de werveltjes
en zuig je ze uit. Voor de tweede maal.
En dan te bedenken dat ik mijn eigen bordje kippesoep aan tafel afmaak
met een lepel chrein. Héél gezond. Chrein is een mengsel van rode biet en
mierikswortel. Je moet goed voor je zelf zorgen. Vroeger had ik een tante en
een oom in Groningen. Zij was een oudere nicht van mijn Moeder. Simon (16
februari 1893 – 5 juli 1976) en Rika de Beer-van den Berg (22 januari 1901 – 21
juni 1976). Oosterhamrikkade 40 in Groningen. Er zijn bepaalde dingen die je
nooit meer vergeet. Ik ga je nu niet vermoeien met het hele verhaal over tante
Rika en oom Simon, dat heb ik elders al eens gedaan, maar wil je alleen even
vertellen dat zij alléén teruggekomen zijn. Hun beide zoons zijn in Auschwitz
vergast. Zo’n leven dus. Zo’n last. Maurits, geboren op 12 november 1922 is op
30 september 1942 op 19 jarige leeftijd in Auschwitz vergast. Abraham, van 17
december 1925, 16 jaar jong, is op 14 augustus 1942 in Auschwitz vergast. Vind
je het vreemd dat ik hen lieve, heel lieve mensen blijf vinden. Eenmaal hebben
wij bij hen Oudjaarsavond gevierd. Met Wim Kan op de radio. Wat was het? 1960?
1961? Ja, 1960 was het. Ik was vier. Ik moest natuurlijk, met z’n allen gezeten
rond de eettafel, meelachen met iedereen over de grappen van Kan, maar ik
begreep ze toen nog niet. Wij hadden eerst gegeten en tante Rika had als
voorgerecht kippesoep gemaakt. Heerlijk. Lekker. Bijna net zo lekker als mijn
Moeder de kippesoep maakte. Ook bij tante Rika kreeg je een levertje, een
hartje, een paar soepballetjes, een maagje, een eitje én een halsje (als je
mazzel had twee!) op je bord in de soep. Smullen en kluiven en nog ‘s. Tante
Rika genoot zichtbaar wanneer iedereen en ik zo zaten te smikkelen en genieten.
Ná middernacht en een ‘Gelukkig Nieuwjaar’ reden wij nog van Groningen terug
naar Lochem. Ik sliep op de achterbank. Bij het vertrek zei tante Rika tegen
mij: “Kom je gauw weer, Bertje, dan heb ik voor jou weer gemeubileerde
kippesoep”.
maandag 22 december 2014
Johannes van Dam
Dik een jaar geleden overleed Johannes van Dam. Er
is al veel over hem geschreven. Product van zwaar getraumatiseerde ouders. Een
heel ernstig auto ongeluk. Zijn solistisch leven thuis. Zoals ik fan ben van
mijn honderd kookboeken in de kast (een ander zegt het helpt toch niet), zo ben
ik fan van Joodse kookboeken en van de New Yorker Mark Bittman. En ja…
Van Dam. Toen ik van Yoni en Avital ooit voor mijn verjaardag zijn
standaardwerk “De Dikke Van Dam” kreeg, kon ik nog niet bevroeden wat een
geweldig leesboek, als een naslagwerk, zijn schrijven een inspiratiebron zouden
zijn. Zijn veelzijdigheid is overal geroemd, culinair journalist,
kookboekenwinkel, receptenboeken bibliotheek. Het eind is zoek. Naar zijn
wekelijkse keuring en rapportage in Het Parool, léés die krant, keek ik immer
uit. En…….veel van zijn getipte restaurants proefondervindelijk ontdekt.
“Reuring” heb ik er aan overgehouden. In de Lutmastraat. Hij gaf het
rapportcijfer 10. Ik doe mee! Slechts
één beoordeling was een mispeer. Avital en ik zijn eens naar een door Van Dam
aanbevolen Thai geweest op de Albert Cuypstraat. Wat was dat erbarmelijk
slecht. Details zal ik je besparen. De voorganger genoot bekendheid. Deze was
een drama. Niet lang volgehouden. Ook in Het Parool wekelijks zijn culinaire rubriek,
met aardige wetenswaardigheden (gelijk De Dikke Van Dam). Met ruimte voor
vragen van lezers. Immer heel boeiend en grappig. Zo ook Van Dams antwoorden
onderhoudend en leerzaam. Eerst nog even een uitstapje naar de lokale
televisieomroep AT5. Bianca Tan is er de culinair redacteur en een slordige
x-jaar geleden een –als ik mij goed herinner- driedelige serie over Johannes
van Dam. Pracht tv! Zo liefdevol en warm waren de interviews. De beelden waren
ook van ongekende demonstratiekwaliteit. Eén voorbeeldje wil ik je niet
onthouden. De wijze waarop Van Dam asperges bij zichzelf thuis kookt. In zijn propvolle
poppenhuisje aan de Spuistraat. Dat daar nog een camera bij kon… Niet meer en
niet minder. Een paar uur in een schaal in koud water. Dan met de dunschiller
snijden. Kont er af. In schaal, water erbij tot ze net wel net niet onder staan
en dan….magnetron op 900 Watt, 10 á 12 minuten. Zelf doe ik 11. Dus niks
aspergepan. In het seizoen kan ik dagelijks asperges eten, zo wordt het wel
heel gemakkelijk. Mijn ideale aspergediner: pondje asperges –zie boven,
roomboter (de kenners weten dat ik Becel benut), Mimosa eitje, pietsie
peterselie, een paar gekookte jonge aardappeltjes en een kalfsmedaillon er
naast óf gerookte zalm (mijn Vaders favoriet). Terug naar de rubriek op
zaterdag in de krant. Ik, wijsneus, wilde Van Dam wel ’s beetnemen. Mijn vraag
aan Johannes: Beste Johannes, in een recept van mijn Moeder kom ik het volgende
tegen: “…..en dan doe je er nog wat SJEIEROKES bij…”. Wat is dat?
Waar kan je het kopen? (Sjeierokes is een soort ratjetoe, ratatouille.
Restanten overgebleven groente van de afgelopen dagen. Een Jiddisch woord). Van
Dam ging er zo bloedserieus op in en zijn antwoord stond een week later al in
de krant. Per kerende email bedankte ik hem hartelijk voor de uitleg. Ik ben er
heel blij mee. En á propos nog één vraagje: zo kom ik –dat schrijf ik hem- in
het boterkoekrecept van mijn Moeder ook tegen dat er wat NESJOMME bij moet.
Weet jij wat dat is Beste Johannes? (Je moet weten dat het Hebreeuws woord
nesjama ziel betekent en verbasterd is in het (Nederlands-) Jiddisch tot
nesjomme). En verdomd een week later het tweede antwoord van Van Dam. Toen heb
ik hem maar geschreven dat ik hem aan het oetsen was en dat ik met een kop
koffie aan de overkant het wilde goedmaken. We hadden een deal. Niet bij mijn voorkeur
café De Zwart, maar er naast –daar waar hijzelf dagelijks komt- Hoppe. Daar
dronken wij met een paar koppen koffie het af. Wij hadden dezelfde voorliefde
voor stamppot andijvie met een bal gehakt. Ik herinner mij een sportieve lach
onder zijn grijze platte baard. Met pretoogjes. Al weet ik niet of dat van een
Winschotense boer met kiespijn was.
dinsdag 16 december 2014
Negenmalen
Wie helpt me bij het oplossen van wat vragen rond
het “negenmalen”? Al ver vóór de oorlog speelde mijn Vader kaartspellen als
whist, skat, baccarat en bridge. Mijn Moeder leerde ook snel bridge. Verreweg
het populairst bij ons thuis. In Knokke in het casino speelde mijn Vader
baccarat en mijn Moeder roulette. Die verhalen komen nog wel eens. Met mijn
Moeder heb ik ook canasta gespeeld, voordat ik bridge leerde (dat leer je
nooit, zie ik iemand wispelen) werd er in gezinsverband ook éénentwintigen,
éénendertigen en jokeren gespeeld. Pesten was meer favoriet van mijn jongste
zus. Met mijn Moeder heb ik nog wel veel gebridged, feest!, mijn Vader overleed
veel te vroeg, dus beiden hebben niet van elkaar kunnen genieten aan de
overkant van de bridgetafel. Vanzelfsprekend de bekende gezelschapsspellen,
welke ook gretig aftrek vonden met Yoni en Avital. Van Scrabble tot De
kolonisten van Catan. Mijn ultieme wens is om ooit zowel met Avital als met
Yoni te bridgen. Ook zonder de ballast van de kinderen gingen mijn Ouders in de
jaren vijftig en zestig vaak naar Knokke, met name rond Kerst. Zomers een maand
met z’n allen. Praktisch alle andere feestdagen als Oudjaar, Pasen, Pinksteren
kwamen mijn tante en lievelingsoom Bram een week end naar ons. De winkel en de
fabriek van de Winschoter Citroenballetjes van B. van Berg waren op maandag dan
dicht en Bram kon lekker vissen in het Twente-Rijnkanaal. Dat was zijn hobby.
Onder andere. Zij waren géén bridgers. Er werd veel en uitgebreid gegeten en
naar Wim Kan op de radio geluisterd. En dan kwam het: het feestje van Bram.
Negenmalen. Een kaartspel. Twee stokken kaarten. Eén bank: de deler. De anderen
zijn de spelers. Per rondje kocht je twee kaarten voor één cent of voor een
stuiver. Bram, de bank, de deler draaide van het andere spel negen kaarten
dicht op tafel, met de rug naar boven dus. Dan werden de eerste twee gekeerd.
Had je er één van, dan mocht je die ruilen. De derde en vierde kaart leverden
één cent op, de vijfde en zesde twee cent en nummer zeven en acht maar liefst drie
cent. De negende kaart was dus de negenmaal. Negenmaal je eigen inzet! Kwam dus
niet al te vaak voor, de bank wint steeds (welke bank niet?) en als ik dan als
kleine jongen een keer de negenmaal had met een stuiver, wow! ik was de koning
te rijk! Waar gaat het nu om? Als ik Google kom ik niets tegen. Alle mogelijke
trefwoorden al geprobeerd. Ik kom het uberhaupt nergens tegen. Niemand die er
iets van af weet. Is het een Bramspel? Komt het uit Winschoten? Uit Groningen?
Lochems was het niet, want mijn Vader vond er geen gein aan. Te kleinisch. Tot
ik de vraag stel aan een dierbare vriendin (GV) en een idem vriend (LG).
Verrek, zij hebben het vroeger thuis ook wel gespeeld. Het is dus bekend. Is
het dan een Joods kaartspelletje? Een Amsterdams spel misschien? Heb ik de
regels bij het rechte eind? Al dit soort vragen wil ik héél graag opgelost
zien. Okay, er zijn belangrijker problemen in de wereld, maar stel je weet één
van de antwoorden en je hebt een minuutje over (voor mij), dan hoor ik het
graag! Ik ben je dan negenmaal dank verschuldigd.maandag 8 december 2014
Zeuren
Je kent dat wel:
zeuren. Mensen die zeuren. Andere levende wezens heb ik nog nooit zien zeuren.
Een menselijke eigenschap. Al word ik er zo langzamerhand mesjogge van. En als
je vindt dat ik zeur, dan heb je op voorhand gelijk.
In één van mijn
boeken heb ik al geschreven over Aposivitis Calcinea. Dat is óf te weinig óf te
veel kalk in je botten en dat leidt dan weer tot zweetvoeten. Ik heb daar geen
last van, ook niet gehad, maar Paul een ouwe vriend van me van 48 jaar geleden
wel. We zaten bij elkaar in de klas op de HBS, we hockeyden samen en hij heeft
ook van mijn Moeder bridge geleerd. Hij had dus last van aposivitis calcinea.
We gingen ooit ’s kamperen, niemand moest Paul in de tent. Bij mij mocht ie.
Met zijn poten buiten boord. Nooit kunnen bevroeden dat ik daar over zou
schrijven en eerst in een andere context. Hoe dat zit: zeuren. Van die vooral
kennissen, want vrienden doen dat niet, willen een geleerde indruk maken en
kakelen zich bont en blauw bij ons in de achtertuin. Op twee locaties in
Amstelveen. Die van de Gerrit van Heemskerklaan, daar gaat het nu over. Tussen
het grote vlonderterras en de tennisbaan een tuin met een schuurtje. Bloemen en
planten. En nu komt het: mijn kennissen hebben het immer over die plant, die bloem,
die plant, die bloem, die struik, die heester, die struik, dat boompje en… dat
allemaal in proper Latijn, alsof ze de hele encyclopedie uit het hoofd hadden
geleerd. En ik maar ‘jaja’ en ‘inderdaad mooi’, dat soort tekst. Mesjogge werd
ik ervan. Tot….ik uitgevonden had met het volgende te pareren : ‘… en (wijzend)
hoe vind je die aposivitis calcinea…?’ ’Huh?’ Met boter en suiker.
Zo heb je ook
van die lui die alles weten van wijn en pretenderen beter te zijn dan Hubrecht
Duijker of zo. Ik zal het kort houden.
Ik lust ook wel een glas wijn, maar zeur daar niet over. Ik zeur niet dat ik
geen witte wijn meer mag drinken en rood drink ik alleen Zuid Afrikaans.
Nederburgh uit Stellenbosch. En welk type, jaar, rugnummer, boomgaard, fruitig,
rond op de tong. Alles even lekker. En dan drink ik zo’n fles leeg. Een wijn
die ik open maak die niet te drinken is gaat zo de gootsteen kleuren. Al ben ik
wat zuiniger geworden. Vaak win ik een fles rode wijn op een bridgedrive. ‘Mmm,
lekker kookwijntje’, roep ik dan. En zo is het ook. De echt! allerlekkerste
fles die ik ooit gedronken heb, is door Yoni meegenomen uit Kaapstad, bij mijn
favoriete groothandel en het is de uit Elsenburg, vlakbij Stellenbosch,
afkomstige Kanonkop. De duurste en de lekkerste. Mag je me altijd cadeau doen. Zeuren
doe ik niet, maar het mag. Zo’n fles. En mocht je ooit in een hete zomer de
lekkerste rosé willen, vraag dan naar die van Boschendal. Ik zeg het je maar één keer, dus schrijf het
even op, anders ben je het morgen weer vergeten. Ik was ooit naar een
wijnproeverij, zo’n twintig jaar geleden. Wist ik veel wat er mij te wachten
stond, dan wel hoe ik mij moest gedragen. Een Amsterdamse wijnhandel
binnengelopen tussen Jodenbreestraat en Waterlooplein en ik kreeg de tip. Ná
het zevende glas zeg je: ‘Karnemelk’ en zie wat er gebeurt… De alom bekende
wijnkenner Jan Hein Verlinden die de show gaf en een riedeltje ver weg
voorzeurde heeft af en toe nog nachtmerries. Met boter en suiker.
Vandaag de dag
wordt er veel over eten gepraat. Ach ik doe mee. Immers het is de tijd. Ik heb
het niet over de afslankclubs, de dieten, wat wél lekker is en wat niet en wat
niet of wel gezond is. Dat weet je zo langzamerhand al. En ik uiteindelijk ook.
Populair is ook de Nederlandse keuken af te kraken, af te fikken. We zijn
allemaal kenners geworden. De Belgische, de Japanse, de Italiaanse, de Franse
keuken. Holland spreekt een woordje mee. En tegelijkertijd het schaamrood op de
kaken zeuren over onze eigen Hollandse pot. Ik ben geen wetenschapper, ga dus
nu ook niet allerhande theorien spuien, maar één ding: groente is gezond. Een
aardappel is gezond. Een stuk vlees is gezond. Eens? De door mij zo
gewaardeerde superkookprofessor Mark Bittman (zoek maar op Google, maar trek
een weekje uit om er doorheen te komen!) heeft geweldige ideeen. The Minimalist
noemt ie zich dan. Minimum aan geld. Minimum aan ingredienten. Minimum aan
handelingen. En…een maximum resultaat. Ik heb Mark nog nooit iets horen
vertellen over de Hollandse stamppotten. Wie weet. Niet in zijn filmpjes
op Youtube en in The New York Times, en
niet in zijn honderden receptenboeken. Niets over stamppot zuurkool,
boerenkool, andijvie, hutspot, hete bliksem, spinazie, raapstelen. Je kan er de
hele winter mee doorkomen. Zonder zeuren. Met een runderrookworst van Robert
Zikking op de Marathonweg, of met een runderbalgehakt, zoals alleen mijn Moeder
die maakte. Mij kan je midden in de nacht wakker maken voor drie gerechten.
Kippesoep, nieuwe haring en…stamppot rauwe andijvie met (minimaal) één mooie
bal. Met boter en suiker of zoiets.
Ik geef je hierbij het recept van mijn Moeder en zo maak ik het ook nog steeds.
Ik geef je hierbij het recept van mijn Moeder en zo maak ik het ook nog steeds.
Stamppot rauwe
andijvie ‘Oma Tonny’. Voor 4 personen: 800 gram aardappels, schillen en in ruim
kokend water bijna gaar koken; 750 gram verse (gesneden) rauwe andijvie erbij,
met houten pollepel even onder de waterspiegel duwen, vijf minuten is lang zat;
met vergiet het water er uit, klontje Becel uit het kuipje erbij en nog even in
de pan. En nu komt het: stampen! Opscheppen op een bord met in het midden een
kuil, voor de rundvleesjus. Mosterd of piccalilly naar keuze erbij eventueel.
En als je het recept voor de bal gehakt wil hebben, dan geef je maar een gil.
Je weet de weg. En zoals in zoveel gevallen: het tweede bord smaakt altijd
beter.
It’s about time.
De winter komt er aan, de kou. Het is er tijd voor. Aan de stamppot! Met boter
en suiker en niet zeuren.
Abonneren op:
Posts (Atom)


